Waarom is Europa nog geen Federatie?

Een Wake-up Call voor Europa

23 november 2014

door
Robert Verschooten
voorzitter Europees Studie- en Informatiecentrum (ESIC) vzw
politiek adviseur UEF-België

mmv

Leo Klinkers, co-auteur van de European Federalist Papers en directeur Klinkers Public Policy Consultants (KPPC)
en
Herbert Tombeur, co-auteur van de European Federalist Papers en zaakvoerder Tombeur Training & Consulting
(TTC)
www.europeanfederalistpapers.eu

1. Inleiding

Reeds enkele eeuwen spreken politieke filosofen over de noodzaak om van Europa een federatie te maken. In formeel-juridisch opzicht is dit pleidooi pas in mei 1950 onder woorden gebracht in de bekende Schuman-verklaring. Daarin staat expliciet de wens en de noodzaak een federaal Europa te creëren. De regeringsleiders kozen echter bewust voor een intergouvernementeel instrument, of een Verdrag tussen lidstaten. De aldus geformaliseerde samenwerking tussen lidstaten staat lijnrecht tegenover de idee van een federatie voor Europa. Sindsdien proberen Europese federalisten vergeefs de intergouvernementele bestuursvorm om te zetten in een federatie.

Om te voorkomen dat deze vruchteloze pogingen worden voortgezet lijkt het nuttig om eerst volgende vraag te beantwoorden: ‘Hoe komt het dat, na zestig jaar streven naar een Europese federatie, er nog steeds geen doorbraak naar een federatie werd gerealiseerd?’

Een eerste maar onvolledige antwoord op die vraag levert twee hoofdoorzaken op:

  • het federalisme wordt nog steeds miskend als het beste antwoord op de inherente fouten van de huidige intergouvernementele bestuursvorm van de Europese Unie;
  • De Europese federalisten slagen er na zestig jaar nog niet in een hechte en representatieve stroming te vormen die een doorbraak naar een Europese federatie kan helpen realiseren.

Deze twee vaststellingen, waarbij de tweede onmiskenbaar mede-oorzakelijk is voor de eerste, vormen de basis van volgende analyse.

2. Waarom wordt federalisme in Europa nog steeds miskend als het beste antwoord op de vele deficits van de intergouvernementele bestuursvorm van de Europese Unie?

Weinig politieke mandatarissen en media begrijpen het federalisme of willen de principes en de voordelen van het federalisme inzien. Bovendien laten diegenen die het wel begrijpen na om continu op te komen voor deze bestuursvorm. Als ze het toch doen, dan toetsen zij deze te veel aan een achterhaald intergouvernementeel referentiekader. Zowel pro-Europese als anti-Europese mandatarissen en beleidsvoerders hebben, de ene al meer dan de andere, nagelaten om hun politieke verantwoordelijkheid af te stemmen op de werkelijke noden van de Europese maatschappij en de Europese instellingen.

Door een falende voorbeeldfunctie kan de Europese publieke opinie niet mee evolueren. Bovendien voedt de voortdurende kritiek van de nationale politici op Brussel de euroscepsis bij de bevolking.

De perceptie overheerst dat een federatie in Europa verfoeilijk centralisme en een Europese superstaat in het leven roepen. De federale dynamiek is onbekend en wordt slecht ingeschat door de meerderheid van de bevolking. Een kritische en vijandige houding t.a.v. een Europese federatie geniet meer begrip dan een positieve houding, die als naïef en utopisch wordt afgedaan.

Te weinig invloedrijke nationale, Europese politici en opinievormers wijzen erop dat:

  • een limitatief takenpakket voor Europa niet hetzelfde is als centralisme of een Europese superstaat;
  • federalisme het potentieel heeft om adequate antwoorden te geven op het intergouvernementele systeem, dat centralistisch en ondemocratisch is.

Deze sleutelpersonen corrigeren deze foute perceptie niet of onvoldoende.

In 1950 had de positieve boodschap van Schuman, op voorzet van Monnet, negatieve consequenties: de nationale staten (1) behielden de volledige controle; (2) hielden vast aan een beleid van de kleine stapjes zonder einddoel; (3) wensten nooit een toekomstgericht Europees project te formuleren.

De intergouvernementele benadering zit institutioneel klem door veto’s, unanimiteit en minderheidsblokkades. Ze kan de dwingende en urgente noden, in een compleet veranderde multipolaire wereld, niet aan.

De nationale staat geldt nog altijd onterecht als de ultieme beschermer. De Europese Unie wordt nog niet gepercipieerd als de oplossing, maar wel als het probleem. Hier worden oorzaak en gevolg met elkaar verward. Europa heeft nog niet de verwachting ingelost die duurzame tewerkstelling, groei en stabiele welvaart overal in Europa mogelijk maakt.

Europese federalisten pleiten vooral voor de institutionele aspecten van het Europese project. Dat wat de bevolking meest aanspreekt zijn socio-economische oplossingen op Europees niveau die haar voordeel brengen en die grotendeels op nationaal vlak onbereikbaar zijn. Kortom, het welbegrepen eigenbelang van de individuele burgers van Europa ontbreekt in het discours voor een inniger Europees project. Deze fout is fataal voor de acceptatie en de geloofwaardigheid van een federalistisch geïnspireerd Europees project.

Voor een groot deel van de bevolking heeft Europa gefaald om de echte problemen aan te pakken. Wereldvreemdheid, afstandelijkheid, foute objectieven zoals besparingen alleen zonder overeenstemmende solidariteit, een monetaire unie zonder een simultane economische, budgettaire, bancaire unie en een overkoepelende politieke unie, evenals een gebrek aan focus en initiatief wordt Europa zwaar aangerekend. Voor velen is Europa overbodig, onbekend en duur.

De afkeer van de bevolking voor de politiek is ongekend groot en diepgeworteld. Dit is wellicht te verklaren omdat de politieke partijen geen antwoord proberen te formuleren op de existentiële vragen van deze tijd en zich blijven concentreren op de korte termijn.

Een houding waarbij de bevolking niet meer verwacht dat er nog wat kan veranderen of afziet van nieuwe verwachtingen moet ten stelligste worden vermeden. Belangrijk is de vraag welke waarden, attitudes en vaardigheden zijn er nodig in de 21ste eeuw?

3. Waarom slagen de Europese federalisten er maar niet in om na zestig jaar een krachtige en representatieve stroming te vormen?

De Europese federalisten zijn verdeeld en hebben daarom weinig invloed. Verschillende stromingen in het federalisme staan al zestig jaar tegenover elkaar en neutraliseren mekaar. Deze situatie heeft de grote federalistische organisaties in het defensief gedreven. De schijn van eendracht naar buiten wordt hoog gehouden door vaagheid, traagheid en een gebrek aan focus. Weinig vernieuwende projecten worden ruim gepromoot. De federalistische organisaties zijn onvoldoende representatief.

De grote federalistische organisaties worden bijna exclusief geleid door gekende en invloedrijke politici, die ondanks hun federalistische overtuiging, toch nog een te belangrijke nationale agenda denken in acht te moeten nemen. Deze politici volharden in de overtuiging dat het intergouvernementele systeem geleidelijk aan kan worden getransformeerd in een federatie. De uitgangspunten van beide systemen zijn echter te tegenstrijdig om een dergelijke transformatie succesvol te maken. Een doelbewuste overstap van het intergouvernementele naar het federale zal dringend moeten plaatsvinden, zo niet vernietigt ons verleden de toekomst van Europa.

De centrale secretariaten van de federalistische bewegingen treden te zwak, te discontinu of te weinig pro-actief op. Voorbeeldfunctie en leidinggeven schieten tekort. De financiële middelen zijn beperkt, maar dat mag geen verontschuldiging zijn. Er kan veel worden ondernomen op een non-cost of low-cost basis op voorwaarde dat de wil tot nauwe samenwerking aanwezig is.

Een inhoudelijk dialoog onder de grote Europees federalistische strekkingen heeft recent niet plaatsgevonden. Een omvattende poging tot analyse en duiding van alle stromingen en projecten ontbreekt. Een gedeeltelijke poging vond plaats in het nr 48/49 van de Reeks Welk Europa? van ESIC in ‘Twaalf visies voor een federaal Europa’, die de diversiteit aan politieke keuzes illustreert (http://www.europadebat.be/esic_pub.htm).

Beslissingen binnen de grote Europese federalistische organisaties werden en worden nog steeds in achterkamertjes en door kleine groepjes intimi genomen. Interne democratie wordt matig toegepast. Externe suggesties en afwijkende ideeën krijgen dikwijls niet het gewenste gehoor. Zowel gemeenschappelijke uitgangspunten, doelstellingen, als methodologie worden gemeden. Daarom ontberen zogenaamde gemeenschappelijke voorstellen een draagvlak en toepassing in de lokale secties.

Oorzaken voor het falen van de federalistische organisaties worden niet onderzocht. Improvisatie, oppervlakkigheid, en een gebrekkige samenhang van de actie of onvolledig geformuleerde doelstellingen genereren een gebrek aan resultaat en een gebrek aan vertrouwen om in gezamenlijke actie te stappen. Federalistische actie moet veel méér zijn dan een in hoofdzaak interne intellectuele oefening. Denkoefeningen zonder aangepaste externe actie zijn politiek irrelevant en overbodig. De afwezigheid van een gezamenlijke methodologie is fataal voor de effectiviteit of voor een significante doorbraak van de Europees federalistische gedachte.

Veel federalisten vinden alleen hun benadering waardevol. Deze visies ontberen meestal een logisch onderbouwde context. Een antwoord op de vragen wat, hoe, door wie, wanneer ontbreekt meestal.

De meerderheid van de Europese federalisten is hoogopgeleid. De meesten zijn geïnteresseerd in een systematische, consequent onderbouwde redenering en een professioneel geïnspireerde werkmethode. Die federalisten zetten zich te weinig in voor concrete Europese actie. Ze nemen vrede met haastig geformuleerde standpunten en voelen weinig behoefte aan (tegen)voorstellen. Die passieve houding kan maar ten dele worden verklaard door berusting of het ontkennen van hoogdringendheid. Wellicht oordelen die federalisten, ten onrechte, dat het formuleren van voorstellen voorbehouden is aan specialisten. De actieve betrokkenheid van een groot aantal Europese federalisten kan als zwak worden bestempeld. Een dynamische voorbeeldfunctie van de organisatie en van hun leiders kan de medestanders wel motiveren en inspireren.

Standpunten van de Europees federalistische organisaties worden meestal stroef en langdradig geformuleerd in een jargon dat een algemeen of een geïnteresseerd publiek meteen afstoot. Quid gediversifieerde communicatie? Quid professioneel advies? Quid het juiste bereik van hun boodschap?

De Europese federalisten richten te veel boodschappen tegelijkertijd tot hun publiek. Dat wijst op een gebrek aan focus. Ze spelen te weinig of te laat in op de politieke actualiteit. De actie is discontinu of is veel te weinig doelgericht. Zo blijft de Europees federalistische gedachte ver verwijderd van de politieke agenda.

Het concept haalbaarheid moet een nieuwe inhoud krijgen. Meestal wordt hieronder verstaan wat kan of niet kan in functie van wat anderen denken. In een positieve betekenis kan haalbaarheid aansporen tot het kiezen voor een consequente houding en dito actie, die in staat is om de echte of vermeende weerstand te overwinnen. Zodoende ontstaat er een dynamische houding die een wenselijke federale toekomstvisie kan helpen realiseren.