Civis Mundi thema 17: Europese integratie versus Eurosceptische tegenbeweging

Nederland was eens niet alleen een van de zes initiatiefnemers van het streven naar Europese eenwording, maar tot in de jaren ’90 ook het land dat zich met Duitsland en België het meest sterk maakte voor versterking van het integratiegehalte van de Europese Unie (voorheen Europese Gemeenschap). Sindsdien is daar de klad in gekomen en is ons land steeds meer geneigd de intergouvernementele component van de Europese Unie te benadrukken, ten koste van de federale component. En sinds het referendum over het voorstel voor een Europese grondwet raakt Nederland in toenemende mate in de greep van een Eurosceptische tegenbeweging. Nog altijd koestert Nederland het zelfbeeld van een internationaal georiënteerd land met een sterke afkeer van nationalisme, i.h.b. van de bekende extreemrechts geheten leuze "eigen volk eerst". Maar in feite is het steeds meer geneigd tot het vooropstellen van eigen nationale belangen en de eigen nationale soevereiniteit, en komt het daarmee in de greep van een staatsnationalistische oriëntatie.

 

Tegenover het sindsdien dominerende Euroscepticisme klinken er wel tegengeluiden, zoals bijvoorbeeld het in 2010 gepubliceerde WRR-rapport Aan het buitenland gehecht, met daarin een pleidooi voor een strategische keuze voor een op Europa gericht overheidsbeleid als beste optie voor Nederland in het licht van de huidige wereldconstellatie; en sinds kort de publicatie van European Federalist Papers, waarover we eerder bericht hebben. Wij ondersteunen met overtuiging dat tegengeluid, zoals we eerder stelling namen tegen heersende opvattingen. In lijn hiermee publiceren we in dit nummer eerst de Nederlands- en Engelstalige versie van een ontwerp van een federale constitutie, zoals opgesteld door de auteurs van de vijfentwintig European Federalist Papers, Leo Klinkers en Herbert Tombeur; en vervolgens hun antwoorden op veel gestelde vragen over de betekenis van de belangrijkste begrippen, die hierbij in het geding zijn. Dat is dringend nodig. Want er heerst in deze materie een ontstellend gebrek aan kennis van zaken en helder inzicht, ook onder hoogopgeleiden, die ondanks hun hoogopgeleide achtergrond hierover ongehinderd onzin blijven spuien. Juist genoemde auteurs hebben met hun vijfentwintig European Federalist Papers een bijzonder indrukwekkende prestatie geleverd, die in de media tot onze verwondering nog niet is opgemerkt.

In hun antwoorden op veel gestelde vragen, informeren zij de lezer ook over verschillende opvattingen over Europese federalisering. Tegenover de opvatting van een federaal georganiseerd Europa als een federatie van natiestaten, zoals onder andere vertolkt in het voorstel van de Duitse regering in 2001, verdedigen deze auteurs de klassieke opvatting van een federaal Europa als een federatie van Europese burgers. Zij grijpen daarbij terug op de constituerende (basis)macht van het tot soevereine bron van politieke macht gemaakte volk, zoals dat tijdens de liberale revoluties van de achttiende eeuw als een van de grote politieke ontdekkingen van die eeuw geïntroduceerd en tot gelding gebracht is, maar in de daarop volgende constitutionele rechtsontwikkeling op de achtergrond is geraakt door de ontwikkeling van het representatieve stelsel van democratie.

Er wordt ook verschillend gedacht over de wijze waarop zo’n Europese federatie tot stand zou moeten komen. Er zijn federalisten zoals die in het Europese Parlement, die dat willen doen door aanpassing van de EU-Verdragen. De auteurs van European Federalist Papers kiezen voor de manier, waarop de ‘founding fathers’ van de Amerikaanse federatie dat in 1787 gedaan hebben. Zij kiezen dus voor de vorming van een federale Conventie die een Europese federale constitutie ontwerpt. Dat ontwerp wordt vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan de burgers van tenminste negen landen van de Eurozone. Dit wordt onder dit thema allemaal nader toegelicht in de antwoorden van deze auteurs. De betrekkelijk zielloze onderneming, die de EU nog altijd is, zou zeer gebaat zijn bij dramatisering van het integratieproces, werd onlangs betoogd in de Internationale Spectator. Zo’n federale Conventie met een federale constitutie als resultaat, die Europese burgers ter goedkeuring wordt voorgelegd, zou die zo nodige dramatisering gestalte kunnen geven.

Als opmaat naar een Europees verkiezingsprogramma 2014 werd op 13 juni jl. onder de titel Een nieuw Europa zijn wij zelf een interessante bijeenkomst georganiseerd over dat nieuwe Europa. De debatten daarover, zo werd nuchter geconstateerd, worden grimmiger, de somberheid over het Europese project slaat overal om zich heen. Zelfs in het ‘Europees Jaar van de Burger’ bekruipt veel burgers steeds meer een gevoel van machteloosheid in plaats van energie en inspiratie. Dat gevoel van machteloosheid verdwijnt als sneeuw voor de zon als Europese burgers kennis nemen van het door deze auteurs geformuleerde perspectief op een federaal Europa met hun ontwerp van een federale constitutie als resultaat. Zij zijn nu bezig om in het najaar van onderop een federale Conventie van burgers bijeen te roepen, waarop hun ontwerp van een federale constitutie ter discussie en overweging wordt voorgelegd om tenslotte een referendum daarover te entameren vóór de verkiezingen in mei 2014 voor het Europees Parlement.