Federale Constitutie voor een Europese Federatie

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

Uittreksel uit de Papers 21-24. Mei 2013.

PREAMBULE

Wij, de Burgers van België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje stellen deze Constitutie vast voor alle landen in de Eurozone, en verder voor elk land dat tot de Eurozone toetreedt, met als doel een Federatie te vormen die een garantie is voor vrijheid, orde, veiligheid, geluk, gerechtigheid, verdediging tegen vijanden van de Federatie, milieubescherming, alsook acceptatie en tolerantie van de verscheidenheid van culturen, overtuigingen, levenswijzen en talen van allen die leven en zullen leven op het grondgebied dat onder de jurisdictie van de Federatie valt.

Artikel I – De Federatie en de Grondrechten

  1. De Federatie Europa wordt gevormd door de Burgers en de Staten die aan de Federatie deelnemen.
  2. De bevoegdheden die door de Constitutie niet aan de Federatie Europa zijn toegekend of door de Constitutie niet aan de Staten zijn verboden, zijn voorbehouden aan de Burgers of aan de afzonderlijke Staten.
  3. De Federatie Europa onderschrijft de rechten, vrijheden en beginselen zoals neergelegd in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, met uitzondering van de in de Preambule van dit Handvest genoemde verwijzingen naar het subsidiariteitsbeginsel. De Federatie Europa treedt toe tot het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.

 

Artikel II – Organisatie van de Wetgevende Macht

Afdeling 1 - Instelling van het Europees Congres

  1. De wetgevende macht van de Federatie Europa berust bij het Europees Congres. Het bestaat uit twee Huizen: het Huis van de Burgers en het Huis van de Staten, onder de naam Senaat.
  2. Het Europees Congres, en zijn twee Huizen afzonderlijk, zetelen in Brussel.

Afdeling 2 – Het Huis van de Burgers

  1. Het Huis van de Burgers wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de Burgers van de Federatie Europa. Elk lid van dit Huis heeft één stem. De leden van dit Huis worden verkozen voor een termijn van zes jaren door de stemgerechtigde Burgers van de Federatie, verenigd in één kieskring. De verkiezing van de leden van het Huis van de Burgers vindt telkens plaats in de maand mei en dit voor het eerst in het jaar 20XX. Zij nemen hun ambt ten laatste op 1 juni van het verkiezingsjaar op. De leden treden af op de middag van de derde dag van de maand mei in het laatste jaar van hun ambtstermijn. Zij zijn tweemaal terstond herkiesbaar.
  2. Verkiesbaar zijn zij die de leeftijd van dertig jaar hebben bereikt en ten minste zeven jaren geregistreerd staan als Burger van een Staat van de Federatie.
  3. De leden van het Huis van de Burgers hebben een individueel mandaat. Zij oefenen hun mandaat zonder instructies uit, in het algemeen belang van de Federatie. Dit mandaat is onverenigbaar met enige andere publieke functie.
  4. Het recht om een stem uit te brengen bij de verkiezingen van het Huis van de Burgers behoort toe aan een ieder die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en als Burger van een Staat van de Federatie geregistreerd staat in een van de Staten, ongeacht het aantal jaren van die registratie.
  5. Het Huis van de Burgers kiest zijn eigen Voorzitter, met stemrecht, en benoemt zijn eigen personeel.

Afdeling 3 - Het Huis van de Staten of de Senaat

  1. De Senaat wordt samengesteld uit acht vertegenwoordigers per Staat. Elke Senator heeft één stem. De Senatoren worden benoemd voor een termijn van zes jaren door en uit de legislaturen van de betreffende Staat, met dien verstande dat na drie jaren de helft van het aantal Senatoren aftreedt. De eerste benoeming van de voltallige Senaat vindt plaats in de eerste vijf maanden van het jaar 20XX. De driejaarlijkse benoemingen voor het vervangen van de helft van het aantal Senatoren vinden plaats in de eerste vijf maanden van dat jaar. De Senatoren nemen hun ambt ten laatste op 1 juni van het jaar van hun benoeming op. Zij treden af op de middag van de derde dag van de maand mei in het laatste jaar van hun ambtstermijn. De Senatoren die aftreden zijn eenmaal terstond herbenoembaar voor een tweede termijn van drie jaren. Het Reglement van Orde van de Senaat regelt de wijze van driejaarlijks aftreden van de helft van de Senatoren.
  2. Benoembaar tot Senator zijn zij die de leeftijd van dertig jaren hebben bereikt en gedurende ten minste zeven jaren geregistreerd zijn als Burger van een Staat van de Europese Federatie.
  3. De Senatoren hebben een individueel mandaat. Zij oefenen hun mandaat zonder instructies uit, in het algemeen belang van de Federatie. Dit mandaat is onverenigbaar met enige andere publieke functie.
  4. De Vicepresident van de Federatie Europa is Voorzitter van de Senaat. Hij heeft geen stemrecht, tenzij bij het staken van de stemmen.
  5. De Senaat kiest een Voorzitter pro tempore die in afwezigheid van de Vicepresident, of als hij het ambt van President waarneemt, de vergaderingen van het Huis leidt. De Senaat benoemt zijn eigen personeel.
  6. De Senaat heeft de exclusieve bevoegdheid bijzondere beschuldigingen te beslechten. Indien de President, de Vicepresident of een lid van het Congres in beschuldiging is gesteld, wordt de Senaat voorgezeten door de Voorzitter van het Constitutioneel Hof van Justitie. Indien een lid van dit Hof wordt beschuldigd, wordt dit Huis voorgezeten door de President. Niemand zal kunnen worden veroordeeld zonder de meerderheid van twee derde van de aanwezige leden.
  7. Een veroordeling in een geval van bijzondere inbeschuldigingstelling zal niet verder reiken dan de ontzetting uit een ambt, en de ontzetting uit het recht om welk ereambt, vertrouwensambt of bezoldigd ambt binnen de Federatie Europa te bekleden. De veroordeelde zal daarbij niet zijn gevrijwaard van een aanklacht, proces, veroordeling en bestraffing conform de federale wet.

Afdeling 4 – Het Europese Congres

  1. De tijd, plaats en wijze waarop de leden van het Huis van de Burgers worden verkozen en de leden van de Senaat worden benoemd, worden vastgesteld door het Europese Congres.
  2. Het Europees Congres zal minstens eenmaal per jaar zetelen. Deze zitting zal aanvangen op de derde dag van januari, tenzij het Congres bij federale wet een andere dag bepaalt.
  3. Het Europees Congres stelt voor zijn werkwijze een Reglement van Orde vast.

Afdeling 5 -Reglementen van Orde van de Huizen

  1. Elk Huis stelt voor zijn werkwijze een Reglement van Orde vast. Daarin wordt vastgelegd voor welke zaken welk quorum vereist is, hoe de aanwezigheid van leden kan worden afgedwongen, welke sancties bij structurele afwezigheid kunnen worden opgelegd, welke bevoegdheden de Voorzitter heeft voor het herstellen van het verstoren van de orde, en hoe de beraadslagingen en stemmingen worden vastgelegd.
  2. Het Reglement van Orde regelt de bestraffing van leden van het Huis voor onordelijk gedrag, waaronder de bevoegdheid van het Huis om bij besluit van twee derde meerderheid het betreffende lid voorgoed uit het Huis te verwijderen.
  3. Geen Huis mag tijdens een zitting van het Europees Congres zonder toestemming van het andere Huis de werkzaamheden schorsen voor meer dan drie dagen.

Afdeling 6 - Vergoeding en immuniteit van de Congresleden

  1. De leden van beide Huizen ontvangen voor hun werkzaamheden een salaris dat bij wet wordt vastgesteld en dat door het Ministerie van Financiën van de Federatie Europa maandelijks wordt uitbetaald. Zij ontvangen daarnaast een vergoeding voor reis- en verblijfskosten, in overeenstemming met de werkelijk gemaakte kosten en strekkend tot de reizen en werkzaamheden waartoe zij gerechtigd zijn.
  2. De leden van beide Huizen zijn in alle gevallen, uitgezonderd hoogverraad, ernstig misdrijf en verstoring van de openbare orde, tegen arrestatie gevrijwaard gedurende hun aanwezigheid op de zitting van hun respectievelijk Huis en tijdens hun reis van en naar dergelijke zittingen. Voor enige toespraak of enig debat in hun Huis worden zij niet ondervraagd op een andere plaats dan in het betreffende Huis.

 

Artikel III – Bevoegdheden van de Wetgevende Macht

Afdeling 1 - Werkwijze voor het aannemen van wetten

  1. Het Huis der Burgers is bevoegd tot het initiëren van belastingwetten voor de Federatie Europa. De Senaat heeft het recht om, net zoals het geval is bij andere wetsvoorstellen van het Huis van de Burgers, bij amendement voorstellen tot aanpassing van belastingwetten te doen.
  2. Beide Huizen zijn bevoegd om wetten te ontwerpen. Elk wetsontwerp vanuit een Huis wordt voorgelegd aan de President van de Federatie Europa. Als hij/zij het ontwerp van wet goedkeurt, zal hij/zij het ondertekenen en doorzenden naar het andere Huis. Zo niet, dan zal de President het met redenen omkleed terugsturen naar het betreffende Huis. Dat Huis maakt notitie van de bezwaren van de President en neemt het opnieuw in behandeling. Indien na heroverweging, een twee derde meerderheid van dat Huis het eens is met het goedkeuren van dat wetsontwerp, wordt het, samen met de bezwaren van de President, naar het andere Huis gezonden ter overweging in dat andere Huis. Indien het andere Huis het wetsontwerp met twee derde meerderheid goedkeurt, wordt het wet. Indien enig wetsontwerp niet binnen tien werkdagen door de President is teruggestuurd, nadat het hem/haar is voorgelegd, zal het wet worden alsof het door hem/haar is ondertekend, tenzij het Europees Congres door zijn schorsing van de werkzaamheden het terugsturen binnen tien werkdagen verhindert. In dat geval zal het geen wet zijn.
  3. Enige regeling anders dan een wetsontwerp, zoals een richtlijn of resolutie, of een stemming, waarvoor de instemming van beide Huizen noodzakelijk is, behalve over de schorsing van de werkzaamheden, wordt voorgelegd aan de President en moet door hem/haar worden goedgekeurd alvorens rechtskracht te kunnen verkrijgen. Als hij/zij die afkeurt is die regeling niettemin aangenomen als twee derde meerderheid van beide Huizen deze zaak goedkeurt.

Afdeling 2 – Inhoudelijke bevoegdheden van het Europees Congres
Het Europees Congres is bevoegd:

  1. tot het heffen en innen van belastingen, heffingen en accijnzen om de schulden van de Federatie Europa te betalen en om te voorzien in de uitgaven die nodig zijn voor het vervullen van de garantie die in de Preambule is omschreven, waarbij al die belastingen, rechten en accijnzen uniform moeten zijn in de gehele Federatie Europa;
  2. om geld te lenen op het krediet van de Federatie Europa;
  3. om de handel te regelen tussen de Staten van de Federatie Europa en met vreemde Staten;
  4. om in de gehele Federatie Europa uniforme migratieregels en inburgeringsregels vast te stellen, die mede gehandhaafd worden door de aangesloten Staten;
  5. om uniforme regels inzake faillissementen vast te stellen voor de gehele Europese Federatie;
  6. om de federale munt te doen vervaardigen en uit te geven, de waarde daarvan te bepalen, en de standaard vast te stellen van gewichten en maten; om te voorzien in bestraffing van vervalsing van waardepapieren en van de gangbare munt in de Federatie Europa;
  7. om regels vast te stellen en af te dwingen ter bevordering en bescherming van het klimaat en van de water-, grond- en luchtkwaliteit;
  8. om regels vast te stellen voor het opwekken en het verdelen van energie;
  9. om regels vast te stellen ter preventie, bevordering en bescherming van de volksgezondheid, met inbegrip van beroepsziekten en arbeidsongevallen;
  10. om regels vast te stellen voor elke modus van verkeer en vervoer tussen de Staten van de Federatie Europa, met inbegrip van de aanleg van de transnationale infrastructuur, voor de postvoorziening, voor de telecommunicatie, voor het elektronische verkeer tussen overheden en tussen overheden en burgers, waaronder begrepen alle regels die nodig zijn voor het bestrijden van fraude, vervalsing, diefstal, beschadiging en vernietiging van postale, dan wel elektronische informatie en hun informatiedragers;
  11. om de vooruitgang te bevorderen van wetenschappelijke bevindingen, economische innovaties, kunsten en sporten door voor auteurs, uitvinders en ontwerpers de exclusieve rechten van hun creaties veilig te stellen;
  12. om federale rechtbanken op te richten die ondergeschikt zijn aan het Constitutioneel Hof van Justitie;
  13. om piraterij, misdrijven tegen volkenrecht en mensenrechtenschendingen te bestrijden en te bestraffen;
  14. om de oorlog te verklaren en regels op te stellen over gevangennemingen te land, te water en in de lucht; om een Europees leger, zeemacht en luchtmacht op te richten en te bekostigen; om het bestuur en de werking van deze drie strijdkrachten te reglementeren; om te voorzien in het oproepen van milities om de wetten van de Federatie uit te voeren, opstanden te onderdrukken en invasies af te slaan;
  15. om alle wetten te maken die nodig en nuttig zijn voor het uitvoeren van de voorgaande bevoegdheden en alle andere bevoegdheden die bij deze Constitutie zijn toegekend aan de Regering van de Federatie Europa, of aan enig Ministerie of aan enige ambtsdrager.

Afdeling 3 - Gewaarborgde rechten van personen

  1. De immigratie van die personen die de Staten als toelaatbaar beschouwen, wordt door het Europees Congres niet verboden voor het jaar 20XX.
  2. Het recht van de ‘habeas corpus’ wordt door het Europees Congres niet ingetrokken, tenzij de openbare veiligheid dit vereist in geval van een opstand of een invasie.
  3. Het Europees Congres mag geen retroactieve wet noch een wet op burgerlijke dood aannemen en evenmin een wet goedkeuren die afbreuk doet aan de contractuele verbintenissen of aan het gezag van gewijsde van rechterlijke uitspraken van welk rechtscollege dan ook.

Afdeling 4 - Beperkingen opgelegd aan de Federatie Europa en aan de aangesloten Staten

  1. Geen belastingen, heffingen of accijnzen worden geheven op grensoverschrijdende goederen en diensten tussen de Staten van de Federatie.
  2. Geen voorkeursbehandeling wordt gegeven, door geen enkele commerciële of fiscale regulering, aan zeehavens en luchthavens van enige Staat van de Federatie ten nadele van havens van andere Staten van de Federatie; noch zullen schepen of vliegtuigen in hun vaart of vlucht naar en van een Staat van de Federatie verplicht worden om in een andere Staat van de Federatie aan te meren of te landen, uit te klaren of rechten te betalen.
  3. Geen Staat zal een akte van burgerlijke dood of een retroactieve wet maken of een wet goedkeuren die afbreuk doet aan de contractuele verbintenissen of aan het gezag van gewijsde van rechterlijke uitspraken van eender welk rechtscollege dan ook.
  4. Geen Staat zal zijn eigen geldsoort uitgeven.
  5. Geen Staat zal, zonder toestemming van het Europees Congres, enige belasting, recht of accijns opleggen op de import en export van goederen en diensten, behoudens datgene wat volstrekt noodzakelijk is om inspecties op import en export uit te voeren. De netto opbrengst van alle belastingen, rechten of accijnzen op de import en export van goederen en diensten is bestemd voor de financiën van de Federatie Europa; en al daarmee verband houdende wetten vallen onder de jurisdictie, herziening en controle van het Europees Congres.
  6. Geen Staat zal, zonder toestemming van het Europees Congres, een leger-, zee- of luchtmacht hebben, een overeenkomst of verbond sluiten met een andere Staat van de Federatie of met een vreemde mogendheid, of oorlog voeren, tenzij hij daadwerkelijk wordt aangevallen, of in een zodanige onmiddellijke gevaarsituatie verkeert dat geen uitstel mogelijk is.

Afdeling 5 – Beperkingen opgelegd aan de Europese Federatie

  1. Geen geld wordt uit de financiën van de Federatie Europa genomen dan voor een gebruik bepaald bij federale wet; jaarlijks wordt een verklaring van de inkomsten en de uitgaven van de Federatie Europa gepubliceerd.
  2. De Federatie Europa kent geen adellijke titels toe. Geen persoon die onder de Federatie Europa een vertrouwensambt of bezoldigd ambt bekleedt, zal zonder toestemming van het Europees Congres enig geschenk, honorarium, ambt of titel van enigerlei aard aannemen van enige koning, prins of vreemde Staat.

 

Artikel IV – Organisatie van de Uitvoerende Macht

Afdeling 1 Instelling van de ambten van President en Vicepresident

  1. De uitvoerende macht berust bij de President van de Federatie Europa. Hij/zij bekleedt zijn/haar ambt gedurende een termijn van vier jaar, tezamen met de Vicepresident, die voor eenzelfde termijn het ambt zal bekleden. De President en de Vicepresident worden als duo gekozen door de Burgers van de Federatie Europa die daartoe één kieskring vormt. Zij zijn eenmaal terstond herkiesbaar.
  2. De verkiezing van de President en de Vicepresident van de Federatie Europa vindt telkens plaats op de derde vrijdag in de maand oktober en dit voor het eerst in het jaar 2016. Voor het overbruggen van de periode tussen de ratificatie van de Constitutie van de Federatie Europa en de eerste verkiezing van haar President en Vicepresident wijst het Europees Congres uit zijn midden een waarnemend President aan. Deze waarnemend President is niet verkiesbaar als President, noch als Vicepresident, bij de eerste presidentiële verkiezing van de Federatie Europa.
  3. Verkiesbaar tot President en Vicepresident is enig persoon die, op het ogenblik van zijn kandidatuurstelling, waarvan de tijdigheid bepaald wordt bepaald door de federale wet, de leeftijd van vijfendertig jaar heeft bereikt, die de nationaliteit bezit van een van de Staten van de Federatie Europa en die minstens vijftien jaren als inwoner geregistreerd is geweest in een van de Staten van de Federatie Europa.
  4. De President ontvangt voor zijn/haar werkzaamheden een salaris dat vastgelegd en geregeld wordt door het Europees Congres. Het salaris zal noch verhoogd, noch verlaagd worden tijdens de termijn waarvoor hij/zij gekozen zal zijn. Hij/zij ontvangt tijdens deze termijn geen andere geldsom en geen goed in natura van de Federatie Europa, noch van enige Staat van de Federatie, noch van een andere publieke instelling in of buiten de Federatie, noch van een privé instelling of persoon.
  5. Voordat de President de uitvoering van zijn/haar ambt aanvangt zal hij/zij in de maand januari van het jaar waarin zijn/haar ambtstermijn aanvangt, de volgende eed of belofte afleggen ten overstaan van de Voorzitter van het Constitutionele Hof van Justitie: “Ik zweer (of beloof) plechtig dat ik getrouw het ambt van President van de Federatie Europa zal uitoefenen, en dat ik naar best vermogen de Constitutie van de Federatie Europa zal bewaren, beschermen en verdedigen.

Afdeling 2 – Vacatie en einde van de ambten van President en Vicepresident

  1. De President en de Vicepresident van de Federatie Europa worden uit hun ambt ontzet na een veroordeling op bijzondere inbeschuldigingstelling van hoogverraad, omkoperij of andere zware misdrijven. Ingeval van ontzetting van de President uit zijn/haar ambt, of zijn/haar overlijden of aftreden, zal de Vicepresident President worden.
  2. Telkens als het ambt van de Vicepresident niet bezet is, zal de President een Vicepresident voordragen die het ambt zal bekleden na een meerderheidsbesluit in beide Huizen van het Europees Congres.
  3. Telkens als de President aan de Voorzitter pro tempore van de Senaat en aan de Voorzitter van het Huis van de Burgers zijn/haar geschreven verklaring overhandigt dat hij/zij in de onmogelijkheid verkeert om de machten en de plichten van zijn ambt te vervullen, en totdat hij/zij hun een schriftelijke verklaring van het tegendeel overhandigt, worden die machten en plichten vervuld door de Vicepresident als Waarnemend President.
  4. Telkens als de Vicepresident en een meerderheid van de hoofden van de uitvoerende Ministeries aan de Voorzitter pro tempore van de Senaat en aan de Voorzitter van het Huis der Burgers hun geschreven verklaring overhandigen dat de President in de onmogelijkheid verkeert om de machten en de plichten van zijn/haar ambt te vervullen, zal de Vicepresident onmiddellijk de machten en plichten van het ambt op zich nemen als Waarnemend President.
  5. Naderhand, wanneer de President aan de Voorzitter pro tempore van de Senaat en aan de Voorzitter van het Huis van de Burgers zijn/haar geschreven verklaring overhandigt dat geen onmogelijkheid aanwezig is, zal hij/zij de machten en plichten van zijn/haar ambt hernemen tenzij de Vicepresident en een meerderheid van de hoofden van de uitvoerende Ministeries aan de Voorzitter pro tempore van de Senaat en aan de Voorzitter van het Huis van de Burgers een nieuwe geschreven verklaring overhandigen, dat de President in de onmogelijkheid verkeert de machten en plichten van zijn/haar ambt te vervullen. Daarop zal het Europees Congres over de kwestie beslissen, voor dat doel samenkomend binnen de achtenveertig uren indien het niet in zitting verzameld is. Indien het Europees Congres binnen eenentwintig dagen na ontvangst van laatstgenoemde schriftelijke verklaring, of, wanneer het Europees Congres niet in zitting verzameld is, binnen eenentwintig dagen nadat het verplicht was samen te komen, met twee derde meerderheid van beide Huizen bepaalt dat de President in de onmogelijkheid verkeert om de machten en plichten van zijn/haar ambt te vervullen, zal de Vicepresident deze vervullen als Waarnemend President; zo niet zal de President de machten en plichten van zijn/haar ambt weer opnemen.
  6. De ambtstermijn van de President en de Vicepresident zal eindigen op de middag van de twintigste dag van januari in het laatste jaar van hun ambtstermijn. De termijnen van hun opvolgers zullen dan beginnen.
  7. Indien op het tijdstip dat als het begin van de ambtstermijn van de President werd vastgesteld, de nieuwgekozen President overleden zal zijn, zal de nieuwgekozen Vicepresident President worden. Als een nieuw gekozen President in de onmogelijkheid verkeert zijn eed of belofte af te leggen of zijn ambt tijdig op te nemen, of als de nieuw gekozen President niet voldoet aan de voorwaarden, dan zal de nieuw gekozen Vicepresident optreden als President tot een President aan de voorwaarden zal hebben voldaan. En het Europees Congres kan bij wet voorzien in het geval waarin noch een nieuwgekozen President, noch een nieuwgekozen Vicepresident aan de voorwaarden zal hebben voldaan, en in deze wet bepalen wie dan zal optreden als President, of de wijze bepalen waarbij een waarnemend persoon zal worden gekozen, en deze persoon zal dienovereenkomstig optreden totdat een President of Vicepresident aan de voorwaarden zal hebben voldaan.

 

Artikel V – Bevoegdheden en taken van de President

Afdeling 1 – Presidentiële bevoegdheden

  1. De President is opperbevelhebber van de strijdmachten, veiligheidsdiensten en milities van de Federatie Europa.
  2. Hij/zij benoemt Ministers, Ambassadeurs, andere Gezanten, Consuls en alle ambtenaren van de Uitvoerende Macht van de Federatie Europa wier benoeming in deze Constitutie niet op een andere wijze is geregeld en wier ambten zullen ontstaan bij wet. Hij/zij ontzet alle openbare ambtenaren van de Federatie Europa uit hun ambt na een veroordeling op bijzondere inbeschuldigingstelling van hoogverraad, omkoperij of andere zware misdrijven.
  3. Hij/zij kan de schriftelijke mening vragen van de hoofden van de uitvoerende Ministeries over enig onderwerp met betrekking tot de taken van hun respectieve ambten.
  4. Hij/zij heeft de bevoegdheid om amnestie en gratie te verlenen voor misdrijven tegen de Federatie Europa, behalve in geval van bijzondere inbeschuldigingstelling.
  5. Hij/zij heeft de bevoegdheid om, na advies en met goedkeuring van de Senaat, verdragen te sluiten, op voorwaarde dat twee derde van de aanwezige leden van de Senaat ermee akkoord gaan.
  6. Hij/zij draagt Rechters van het Constitutioneel Hof van Justitie en van de Federale Gerechtshoven voor, en benoemt hen na het advies en de goedkeuring van het Europees Congres.
  7. Hij/zij organiseert eenmaal per jaar een consultatief referendum onder alle kiesgerechtigde Burgers van de Federatie Europa om de mening in te winnen van het Europese volk inzake de uitvoering van de federale beleidsdomeinen. Het referendum zal geschieden onder de hoede van de Europese Digitale Agenda.
  8. Hij/zij organiseert een decisief referendum onder alle kiesgerechtigde Burgers en de Staten over het al dan niet door de Federatie Europa toetreden tot of mede oprichten van een internationale organisatie met dwingende regelgeving, na advies van de Senaat over die toetreding of mede-oprichting.
  9. Hij/zij kan een decisief referendum organiseren onder alle kiesgerechtigde Burgers over een voorstel van federale wet waartegen de President bezwaren heeft geuit volgens artikel III van deze Constitutie en waarover de Huizen van het Congres nadien het onderling niet eens geraken gedurende twee jaren. De termijn van twee jaren begint te lopen vanaf de eerste plenaire stemming in het Huis dat het initiatief voor het wetsvoorstel niet nam.

Afdeling 2 – Presidentiële taken

  1. De President verstrekt eenmaal per jaar aan het Europees Congres informatie over de toestand van de Federatie Europa en beveelt maatregelen aan die hij/zij nodig acht.
  2. Hij/zij kan, bij buitengewone gelegenheden, beide Huizen van het Congres of een enkel Huis samenroepen, en indien er een geschil bestaat tussen beide Huizen betreffende het tijdstip van reces, kan hij/zij het reces vaststellen op dat tijdstip dat hij/zij gepast acht.
  3. Hij/zij ontvangt ambassadeurs en andere buitenlandse gezanten.
  4. Hij/zij draagt er zorg voor dat de wetten getrouw worden uitgevoerd.
  5. Hij/zij bepaalt de taken van alle regeringsambtenaren van de Federatie Europa.

 

Artikel VI – De Rechterlijke Macht

Afdeling 1 - Organisatie
De rechterlijke macht van de Federatie Europa berust bij een Constitutioneel Hof van Justitie. Het Europees Congres kan besluiten in Staten lagere federale rechtbanken in te stellen. De rechters van zowel het Constitutioneel Hof als van de lagere rechtbanken oefenen hun ambt uit zolang zij van goed gedrag zijn. Zij ontvangen voor hun werkzaamheden een salaris dat tijdens hun ambtsperiode niet verminderd zal worden.

 

Afdeling 2 – Bevoegdheden van federale rechtbanken

  1. De federale rechterlijke macht is bevoegd tot alle geschillen die kunnen rijzen onder de vigeur van deze Constitutie; tot wetten van de Federatie Europa; tot gesloten en nog te sluiten verdragen onder de Federatie Europa; tot alle kwesties omtrent ambassadeurs, andere gezanten en consuls; tot alle gevallen van maritieme aard; tot alle gevallen waarin de Federatie Europa partij is; tot geschillen tussen twee of meer Staten, tussen een Staat en Burgers van een andere Staat, tussen Burgers van verschillende Staten, tussen Burgers van dezelfde Staat inzake grondkwesties in een andere Staat, en tussen een Staat of Burgers van die Staat en buitenlandse Staten of Burgers van die buitenlandse Staten.
  2. In alle zaken waarin alleen Staten, ministers, ambassadeurs en consuls partij zijn, heeft het Constitutioneel Hof de uitsluitende bevoegdheid. In alle andere zaken als genoemd in lid 1 is het Constitutioneel Hof de instantie voor hoger beroep, tenzij het Congres bij wet anders bepaalt.
  3. Behalve bij bijzondere inbeschuldigingstelling, zal de beoordeling van bij wet nader te bepalen misdrijven voor een jury gebracht worden. Deze processen zullen worden gehouden in de Staat waar de betreffende misdaden gepleegd zijn. Als ze niet binnen enige Staat gepleegd zijn zal het proces plaatsvinden op die plaats of plaatsen die het Europees Congres bij wet bepaald heeft.

Afdeling 3 – Hoogverraad

  1. Van hoogverraad tegen de Federatie Europa zal enkel sprake zijn wanneer men er oorlog tegen voert of vijanden ervan aanhangt door hun hulp en steun te geven. Niemand mag wegens hoogverraad worden veroordeeld dan op getuigenis van twee getuigen nopens dezelfde openbare daad, of dan op bekentenis in openbare zitting.
  2. Het Europees Congres heeft de bevoegdheid om de straf voor hoogverraad te bepalen, maar in geen geval zal de veroordeling wegens hoogverraad leiden tot eerverlies of verbeurdverklaring voor de nakomelingen.

 

Artikel VII - De Burgers, de Staten en de Federatie

Afdeling 1 – De Burgers

  1. De Burgers van elke Staat van de Federatie Europa bezitten tevens het Burgerschap van de Federatie Europa met alle politieke en andere rechten daaraan verbonden. De Burgers van een aangesloten Staat zijn tevens gerechtigd tot alle rechten en gunsten van de Burgers van elke andere Staat van de Federatie.
  2. Minstens driehonderd duizend Burgers van de Federatie Europa kunnen een wetsvoorstel indienen bij het Europees Congres. Dit wetsvoorstel omschrijft slechts de contouren van het beoogde doel of is een ontwerp van wettekst. Het wordt als Volksinitiatief neergelegd op de griffie van het Huis van de Burgers. Het Congres en de President beslissen over de ontvankelijkheid van het Volksinitiatief. Het Huis van de Burgers behandel dit Volksinitiatief volgens zijn wetgevingsprocedure. Beide Huizen van het Congres nemen een eindbesluit over dit wetsvoorstel binnen twee jaar na de registratie ervan. Indien het ene Huis een wetsontwerp als gevolg van een Volksinitiatief aanneemt en het andere Huis dat wetsontwerp verwerpt of geen besluit neemt binnen de gestelde termijn, legt de President het aangenomen wetsontwerp en een advies van elk Huis over het Volksinitiatief voor aan de Burgers van de Federatie en aan de legislaturen van de Staten. Als de voorgelegde wetsontwerp wordt aangenomen bij gewone meerderheid van de Burgers en van de Staten, zal die tekst federale wet worden. Zo er geen dergelijke meerderheid is, eindigt hiermee het Volksinitiatief. Indien geen van beide Huizen een besluit neemt binnen de gestelde termijn, legt de President het Volksinitiatief voor aan de Burgers van de Federatie. Zij beslissen bij gewone meerderheid of het Volksinitiatief wordt gehandhaafd. In het geval dat het wordt gehandhaafd, wordt het Volksinitiatief weer in behandeling genomen door het Congres. Het Congres neemt een definitief besluit dat de draagwijdte van het Volksinitiatief overneemt, waarop de President toeziet. Het Congres legt bij wet zijn procedure voor de behandeling van het Volksinitiatief vast zonder daaraan inhoudelijke voorwaarden te verbinden.
  3. Een persoon die in enige Staat van de Federatie wordt aangeklaagd voor hoogverraad, ernstige misdrijven of andere misdrijven, en die het gerecht ontvlucht en in een andere Staat van de Federatie wordt gevonden, zal op aanvraag van de Uitvoerende Macht van de Staat van waaruit hij is gevlucht, worden uitgeleverd aan de Staat die de rechtsmacht heeft over het misdrijf.
  4. Geen slavernij, noch onvrijwillige dienstbaarheid, behalve als straf voor een misdrijf waartoe de betrokken persoon rechtmatig veroordeeld is, zal bestaan in de Federatie Europa of in enig gebied dat onder de federale bevoegdheid valt.

Afdeling 2 – De Staten

  1. Volledig geloof en vertrouwen wordt gegeven in elke Staat aan de administratieve akten, publieke documenten en gerechtelijke akten van of uit elke andere Staat. Het Congres kan bij algemene wetten de wijze voorschrijven waarop zulke administratieve akten, publieke documenten en gerechtelijke akten zullen worden bewezen, en de gevolgen hiervan.
  2. De Staten van de Federatie Europa blijven uitsluitend bevoegd voor het regelen van het staatsburgerschap. Het staatsburgerschap van een Staat geldt ten opzichte van de andere Staten van de Federatie.
  3. Staten kunnen toetreden tot de Federatie Europa met toestemming van twee derde meerderheid van de Burgers van de toetredende Staat, twee derde meerderheid van de Wetgevende Macht van de toetredende Staat, twee derde meerderheid van de Burgers van de Federatie en twee derde meerderheid van elk Huis van het Europees Congres, in die volgorde. De Federatie Europa neemt akte van de toestemmingen en handelt ernaar.
  4. Staten die tot de Federatie Europa toetreden na de inwerkingtreding van deze Constitutie, behouden hun schulden en zijn vanaf hun toetreding gebonden aan het geldende recht van de Federatie.
  5. Elke wijziging van het aantal Staten van de Federatie Europa wordt onderworpen aan de toestemming bij twee derde meerderheid van de Burgers van de betrokken Staten, bij twee derde meerderheid van de Wetgevende Macht van alle Staten en bij twee derde meerderheid van elk Huis van het Europees Congres, in die volgorde.

Afdeling 3 – De Federatie

  1. De Federatie Europa zal voor elke Staat van de Federatie de regeringsvorm van de representatieve democratie waarborgen en zal elk van hen beschermen tegen een invasie, en op verzoek van de Wetgevende Macht, of de Uitvoerende Macht, indien de Wetgevende Macht niet kan worden samengeroepen, tegen binnenlands geweld.
  2. De Federatie Europa zal zich niet inlaten met de interne organisatie van de Staten van de Federatie.
  3. Het Europees Congres is bevoegd om te beschikken over, en alle nodige regels te maken met betrekking tot het territorium of andere bezittingen die tot de Federatie Europa behoren.

 

Artikel VIII – Wijzigen van de Constitutie

Het Europees Congres is bevoegd amendementen op deze Constitutie voor te stellen, telkens wanneer een twee derde meerderheid in beide Huizen dat nodig acht. Indien de legislaturen van twee derde van de Staten dat nodig achten, zal het Congres een Conventie samenroepen met als opdracht amendementen op de Constitutie voor te stellen. In beide gevallen zullen die amendementen geldig onderdeel van de Constitutie zijn na ratificatie door drie vierde deel van de Burgers van de Federatie Europa, drie vierde deel van de legislaturen van de Staten en drie vierde deel in elk Huis van het Europees Congres, in die volgorde.

 

Artikel IX – Federale loyaliteit

  1. Deze Constitutie en de wetten van de Federatie Europa die in aansluiting erop gemaakt zullen worden, en alle verdragen die gesloten zijn of gesloten zullen worden onder het gezag van de Federatie Europa, vormen de hoogste wetgeving van de Federatie. De rechters van elke Staat zijn erdoor gebonden, niettegenstaande elke andersluidende bepaling in de Grondwet of wetten van enige Staat.
  2. De leden van het Congres, de leden van de Wetgevende Machten van de verschillende Staten, en alle ambtenaren van de Uitvoerende en Gerechtelijke Macht, zowel van de Federatie Europa als van de Staten afzonderlijk, zijn door eed of belofte gebonden om deze Constitutie te ondersteunen. Evenwel mag geen godsdienstig onderzoek ooit worden gevorderd als vereiste voor enig ambt of openbare opdracht onder de Federatie Europa.

 

 

 

Artikel X – Overgangsmaatregelen en ratificatie van de Constitutie

  1. Alle schulden en contractuele verplichtingen die de Staten voor het aannemen van deze Constitutie aangingen, zullen onder deze Constitutie ook gelden als schulden en contractuele verplichtingen van de Federatie Europa.
  2. De ratificatie door een gewone meerderheid van de Burgers van negen Staten van de Eurozone zal voldoende zijn om deze Constitutie voor de Federatie Europa in werking te stellen.