"Als er iets nuttigs zou zijn voor mijn vaderland, maar dat schadelijk is voor Europa,

of als er iets nuttigs zou zijn voor Europa, maar dat schadelijk is voor de mensheid,

dan zou ik dat als een misdaad beschouwen."

 

Charles-Louis de Montesquieu (1689 - 1755)

Nr. 0 – Klinkers & Tombeur, augustus 2012

Klinkers en Tombeur leggen uit waarom ze het nodig vinden een dialoog over de wenselijkheid van een federaal Europa te beginnen. In grote trekken schetsen zij tekortkomingen van het huidige intergouvernementele besturingssysteem van de Europese Unie. Zij verklaren waarom zij hun dialoog gieten in de vorm van The Federalist Papers, een unieke verzameling van 85 geschriften uit 1787-1788 over het ontwerp van de Amerikaanse federale Constitutie. Pro- of antifederalisten worden uitgenodigd hun reeks van European Federalist Papers te volgen en daarop te reageren.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 1 – Klinkers, augustus 2012

Hier begint de dialoog. Klinkers opent met drie Papers. In Paper nr. 1 geeft hij aan waarom hij de huidige intergouvernementele bestuursvorm inferieur acht aan een federale. In dat type besturing van de Unie prevaleert het nationaal belang van de lidstaten. Bestendiging daarvan zal naar zijn mening Europa uiteen doen vallen. Alleen een federale organisatievorm kan Europa bijeen houden. Hij giet zijn woorden in verzoeken aan Tombeur om in latere Papers standpunten van Klinkers te bevestigen, te falsifiëren of te verbeteren. Klinkers grijpt daarbij consequent terug op de historische wortels van denken in termen van federaal organiseren.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 2 – Klinkers, augustus 2012

Deze Paper gaat daarom over de vraag wat dan tot de essentie van een federale organisatie behoort. Klinkers beschrijft dat aan de hand van wat hij in de loop der jaren van Tombeur heeft geleerd. Hij stelt een aantal vragen met de bedoeling zijn inzichten te doen verbeteren en aanvullen door Tombeur.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 3 – Klinkers, augustus 2012

In Paper nr. 3 citeert Klinkers een passage uit The Federalist Papers, een tekst die duidelijk aangeeft hoe persoonlijk de auteurs van dit beroemde geschrift over het voorstel van een federale constitutie zich in 1787-1788 tot de burgers van Amerika richtten, om hen te overtuigen van het nut en de noodzaak te kiezen voor een federale vorm van organiseren. Dit als signaal aan Tombeur om gedachten en ideeën over een Federatie Europa niet te zien als een techniek van organisatieadviseurs, maar primair als een passie om het volk te geven wat het volk toekomt.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 4 – Tombeur, augustus 2012

Tombeur antwoordt met twee Papers 4 en 5. In nr. 4 onderschrijft hij de nefaste effecten van het huidige intergouvernementele besturingssysteem. Meer gedetailleerd dan Klinkers geeft hij aan waarom het intergouvernementele besturen, goed om in de jaren vijftig de Europese Gemeenschap van de grond te tillen, niet langer functioneel is voor een goede samenwerking binnen Europa. Hij sluit af met hoopvolle tekenen dat vooraanstaande Europese politici sinds de zomer van 2012 woorden gebruiken die lijken te gaan in de richting van een federaal stelsel voor Europa.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 5 – Tombeur, augustus 2012

In nr. 5 beschrijft Tombeur uitvoerig de essentiële kenmerken van een federatie. Daarna geeft hij aan welke soorten federaties er zijn. Op die manier elimineert hij een groot aantal populaire misvattingen over het ontstaan, de vorm en de werking van een federatie. Dit Paper dient als hefboom voor een omslag van 180 graden in het denken over federaal organiseren. Het beoogt misleide burgers – door euro-sceptische of zelfs euro-hatende politici – de ogen te openen voor de werkelijke kracht, veiligheid, vooruitgang en soevereiniteit die een federatie biedt.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 6 – Klinkers, augustus 2012

De stellige positie die Tombeur inneemt is voor Klinkers aanleiding om hem dieper te laten graven naar de essentie van het begrip ‘federatie’. Hij legt Tombeur vier paragrafen met vragen voor. In de eerste paragraaf wil hij weten of de nrs. 4 en 5 alleen de persoonlijke mening van Tombeur bevatten, of dat die als een heersende leer door federale experts worden gedeeld. In de tweede paragraaf vraagt Klinkers hoever het denken in termen van een federale organisatievorm terug gaat in de tijd. Is het iets van deze of vorige eeuw, of vinden we federale kenmerken al in geschriften van enkele eeuwen terug? De derde paragraaf werpt alvast een licht vooruit op een onderwerp dat later besproken moet worden, namelijk de positie van het Verenigd Koninkrijk in een federaal Europa: zou het Verenigd Koninkrijk, net als nu in het intergouvernementele systeem het geval is, als een los element aan een Federatie Europa kunnen hangen? In de vierde paragraaf gaat het om de vraag waar de drijvende kracht vandaan moet komen om het disfunctionerende intergouvernementalisme bekwaam om te zetten in een federaal stelsel.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 7 – Tombeur, augustus 2012

Tombeur beantwoordt gedetailleerd de vragen die Klinkers stelt in Paragraaf A van Paper nr. 6. Te weten: 1e Is de beschrijving van de essentialia van een federatie een persoonlijke mening, die wellicht door anderen op goede gronden kan worden betwist, of is het de heersende leer? 2e Hoe zou kunnen worden aangetoond dat een federale organisatie de beste vorm van bestuurlijke samenwerking voor de Europese Unie zou zijn? 3e Waarom spreekt hij liever van federale organisatievorm in plaats van federale staatsvorm?

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 8 – Tombeur, augustus 2012

Vervolgens geeft Tombeur antwoord op de vragen die Klinkers stelt in Paper nr. 6, Paragraaf B en C. Kunnen we terecht stellen dat Althusius de grondlegger was van het federalisme, of zweefden toen ook confederale gedachten door dat concept heen? En de vraag hoe het komt dat de Staat Texas met een handvol andere Staten in 1861 uit de federatie trad, aanleiding tot de Amerikaanse Burgeroorlog. Hadden die Staten daarvoor een specifiek mandaat bedongen? Het antwoord op die vraag is van belang voor de mogelijke positie van het Verenigd Koninkrijk in een Europese Federatie.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 9 – Tombeur, september 2012

Tot slot behandelt Tombeur de observaties die Klinkers heeft opgeworpen in Paper nr. 6, Paragraaf D: wat zou de bron kunnen of moeten zijn om een Europese federatie te bouwen? De Amerikanen hadden bij het vaststellen van hun federale Constitutie in 1789 één alles overkoepelende bron waaruit ze hun intellectuele energie en daadkracht putten: liberty. Voor Europa speelt dat niet. Wij zijn allang vrij. Maar is er dan een andere bron die ons de kracht kan geven de stap naar een federatie te zetten? Na een diepgaande analyse van drie mogelijke energiebronnen komt Tombeur tot de conclusie dat niet de oorspronkelijke doelstelling van economische vervlechting, noch het streven naar rechtsstatelijkheid doorheen Europa, maar nieuwe mondiale uitdagingen en bedreigingen, zeker ook op het vlak van de handelsbetrekkingen, de nieuwe energiebron tot een federale integratie van Europa moet zijn. Mondiale uitdagingen waar Europa helemaal alleen voor staat.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 10 – Klinkers, september 2012

Paper nr. 10 fungeert als een samenvatting van wat Tombeur en Klinkers proberen duidelijk te maken. Klinkers herhaalt in het kort wat een Federatie is en waarom deze vorm van besturen superieur is boven het huidige Europese intergouvernementeel systeem. Dit moet een einde maken aan de vele misverstanden – al dan niet moedwillig in het leven geroepen door Euro-sceptici – rond de ware aard van een federale organisatie. Ervan uitgaande dat het nu niet meer nodig is om de verschillen tussen intergouvernementalisme en federalisme verder uit te leggen, kondigt Klinkers een reeks nieuwe Papers aan, gewijd aan vragen als: hoe kun je vanuit de huidige situatie alsnog een Federatie Europa bouwen? En hoe zou die er constitutioneel en institutioneel uit kunnen zien?

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 11 – Klinkers, september 2012

Alvorens verder te gaan met inhoudelijke observaties over federalisering vindt Klinkers het verstandig om eerst na te gaan hoe het komt dat vele eerdere pogingen mislukten om van de Europese Unie een federatie te maken. Hij neemt de lezer mee naar het multidisciplinaire terrein van de bestuurskunde om aan de hand van concepten uit de cybernetica en systeemleer te verklaren welke systeemfouten aan het huidige intergouvernementele systeem kleven, waardoor het naar zijn mening klinisch dood is. En waarom elke poging om vanuit dat systeem zelf te proberen een federaal concept te ontwerpen per definitie ook weer zal mislukken.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 12 – Klinkers, september 2012

Een Europese federatie kan alleen ontstaan als aan de basis daarvan niet dezelfde systeemfout wordt gemaakt, die reeds in het Schumanplan van mei 1950 opgesloten zat: de besluitvorming bij de Staten neerleggen. Dat leidt tot de onvermijdelijke conclusie dat een federatie niet uit het intergouvernementele systeem kan voortkomen, maar geheel los daarvan naast het bestaande intergouvernementele systeem moet worden opgericht. Bovendien moet die federatie in zijn aanpak en ambitie lijken op de manier waarop de ontwerpers van de federale constitutie van de Verenigde Staten van Amerika hebben gewerkt, alsook op de aanpak van de oprichters van de Benelux in 1944. Enkele aspecten van het Schumanplan zijn daarbij overigens ook van belang.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 13 – Jadoul, oktober 2012

Omdat deze Papers consequent willen teruggrijpen naar succesvolle voorbeelden van politieke samenwerking in het verleden, schetst gastauteur Fernand Jadoul hoe, al in de oorlogsjaren, dus een paar jaar eerder dan de komst van het Schuman Plan, de Benelux tot stand kwam, met welke gemeenschapsmotieven zij werd opgericht en hoe zij heeft gediend als voorbeeld voor de creatie van het grotere Europaverbond dat we nu kennen als de Europese Unie. Hoewel die Unie de oorspronkelijke economische doelen van de Benelux heeft ingehaald, staat het sinds 2012 in werking zijnde nieuwe Benelux Verdrag onverkort achter een verdere versterking van de Europese samenwerking, waarbij noch de nationale Grondwetten, noch de Europese Verdragen, het Verdrag van Lissabon in het bijzonder, een beletsel vormen tot een federalisering van de Benelux.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 14 – Klinkers, oktober 2012

Met Paper Nr. 14 beginnen de auteurs aan de constitutionele en institutionele vraagstukken die opgelost moeten worden bij de compositie van een Europees federaal systeem. Conform het uitgangspunt dat het ontstaan en componeren van de Amerikaanse Constitutie voor de auteurs geldt als de best practice voor een federale Europese Grondwet beschrijft Klinkers eerst de structuur en inhoud van de Grondwet van de Verenigde Staten. Verrassend genoeg is die heel compact: die Grondwet beslaat maar zeven artikelen en is geconcentreerd op een zo duidelijk mogelijke vastlegging van de verhoudingen tussen de machten. Wetend dat een confederale staatsvorm onvoldoende eenheid kon garanderen, maar dat in een federale organisatie de creatie van een gezag boven de afzonderlijke staten mogelijk de pas bevochten vrijheid in gevaar zou kunnen brengen, legden zij zich in 1787 toe op een nauwkeurige afbakening van de bevoegdheden van de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht. Opdat geen van de drie de andere zou kunnen overvleugelen. Klinkers geeft daarbij overigens aan dat de zeven artikelen van de Amerikaanse Grondwet in de loop der jaren zijn aangevuld met zevenentwintig amendementen. Maar al met al is die compacte Constitutie veruit te prefereren boven de 55 plus 358 artikelen van (de twee verdragen van) het Verdrag van Lissabon. Zij bevatten de kern van wat een volk constitutioneel en institutioneel gewaarborgd wil zien, meer is niet nodig.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 15 – Tombeur, oktober 2012

Tombeur bevestigt de juistheid van de keus om de Amerikaanse Grondwet als basis te nemen voorde constitutionele en institutionele vormgeving van een Europese Grondwet. Hij kondigt aan dat hij in een later Paper de waarde van het Zwitserse constitutionele stelsel hieraan zal toevoegen. Hij benut Paper Nr. 15 om de keus voor de Amerikaanse Constitutie als best practice verder te onderbouwen met argumenten uit de demografische en maatschappelijke vergelijkbaarheid tussen Amerika en Europa. Personen die het gebruik van deze best practice als voorbeeld voor Europa wegens onvergelijkbaarheden zouden willen bestrijden, snijdt hij de pas af door te wijzen op de vele overeenkomsten tussen beide werelddelen. Dit Paper is cruciaal voor de compositie van een federale Europese Grondwet. Tombeur legt stap voor stap uit aan welke voorwaarden een dergelijke Grondwet zou moeten voldoen: de samenstellende bouwstenen voor de constitutionele en institutionele orde van de te ontwerpen Grondwet. Hij stelt voorts Klinkers de vraag of de Conventie van Philadelphia van 1787 van betekenis zou kunnen zijn voor de idee van Verhofstadt en Cohn-Bendit om ná de Europese verkiezingen in 2014 een Conventie te houden voor de constructie van een federaal Europa. En of dat federale Europa een presidentieel systeem zou moeten hebben of niet.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 16 – Klinkers, oktober 2012

Klinkers gaat in Nr. 16 in op het ontstaan en het functioneren van de Conventie van Philadelphia in 1787. Hij schetst hoe ook toen al het streven naar een federaal stelsel het karakter had van een processie van Echternach: twee stappen vooruit en een achteruit. Als de founding fathers van de Amerikaanse Grondwet met een samenhangend betoog rond een constitutioneel vraagstuk naar voren traden, waren er altijd tegenstrevers om de confederale visie te ondersteunen. Maar uiteindelijk kozen de Conventie-gedelegeerden in meerderheid voor het federale ontwerp. Naar aanleiding van de vragen die Tombeur in de vorige Paper stelt over het idee van Verhofstadt en Cohn-Bendit om na de Europese verkiezingen van 2014 een dergelijke Conventie als die van Philadelphia te organiseren, geeft Klinkers aan dat hij dat voorstel ziet als een strategische fout: die Conventie moet niet pas na de Europese verkiezingen in 2014 plaatsvinden maar reeds in 2013. Naar zijn mening moeten die verkiezingen principieel in het teken staan van de keus voor of tegen federalisering.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 17 – Klinkers, oktober 2012

In Nr. 17 beantwoordt Klinkers de vraag van Tombeur of een federaal Europa een gekozen President zou moeten hebben zonder enig voorbehoud met 'ja'. Hij beargumenteert dat standpunt onder verwijzing naar de kracht van het Amerikaanse systeem van checks and balances, en door te wijzen op het falen van de parlementaire democratie in de meeste landen van Europa. Formeel hebben parlementen het laatste woord, maar in werkelijkheid wordt in elke parlementaire democratie het 'legislatief' in een wurggreep gehouden door het 'executief'. De representatieve democratie – het vertegenwoordigen van het volk – kan naar zijn mening het beste geschieden door zowel het Parlement als de President een eigen democratisch mandaat te geven. In navolging van Frank Ankersmit, samen met Klinkers lid van de uit veertien Nederlanders bestaande Nationale Conventie in 2006 – adviserend, onder andere, over tekortkomingen van de Grondwet – weidt hij uit over de gevaren van die representatieve democratie.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

 

Nr. 18 – Tombeur, november 2012

Paper nr. 18 bevat een exposé van het mislukken van enkele federale systemen. Tombeur beschrijft hoe de federatie van de Verenigde Staten van Indonesië ontstond, maar ook al weer heel snel ten onder ging. Hetzelfde gold voor pogingen om in Afrika en Oost-Europa (Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije) federaties op te richten. Tombeur legt uit welke oorzaken daaraan ten grondslag lagen zodat ze een les kunnen zijn voor de constructie van een federaal Europa.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 19 – Tombeur, december 2012

Tombeur maakt in nr. 19 een diepgaande analyse van de tekortkomingen van de Belgische federatie. Hij legt uit op welke plekken de staatkundige constructie van die federatie afwijkt van klassieke kenmerken van een federaal stelsel. Tevens geeft hij aan dat de Belgische Grondwet op een aantal plaatsen moet worden gewijzigd en dat artikel 35 moet worden geactiveerd om er een echt, klassiek federaal systeem van te maken. Met deze casus laat Tombeur zien wat er geleerd moet worden alvorens over te gaan tot de compositie van een Europese federale Grondwet.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 20 – Tombeur, januari 2013

In Nr. 20 volgt de analyse van het federale systeem van Zwitserland. Begonnen als een los verband van zelfstandige besturen evolueerde de staatsvorming van Zwitserland eerst naar een op een Verdrag steunende Confederatie, om vervolgens vanaf 1848 een Federatie te vormen op basis van een Grondwet. Kenmerkend voor dit federale stelsel is dat de deelstaten, de kantons, een belangrijke rol spelen in de federale besluitvorming en in de uitvoering daarvan. Daarnaast bepalen de kantons en de bevolking in haar geheel, het federale beleid via het uitoefenen van de 'directe democratie': via referenda en volksinitiatieven beïnvloeden zij de besluitvorming van de federale machten, tot en met een wijziging van de federale Grondwet. Telkens beslist de meerderheid. Tombeur presenteert nauwgezet welke aspecten van deze federatie bruikbaar zijn binnen het constitutionele en institutionele gebouw dat Klinkers en Tombeur in de daarna volgende Papers oprichten voor een Europese Federatie.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 21 – Klinkers & Tombeur, februari 2013

In de Papers 1-20 is uitgelegd a) waarom het intergouvernementele EU-systeem het doel van samenwerking voor het Europese belang vernietigt, b) waarom een federaal systeem voor Europa de voorkeur heeft, c) dat Europa om die reden moet gaan federaliseren, d) dat federalisering door aanpassing van de bestaande EU-verdragen tot nu toe nooit is gelukt en waarom dat ook nooit zal lukken, e) dat Europese federalisten daarom zelf een eigen federale Constitutie moeten ontwerpen zoals dat aan het einde van de 18e eeuw ook in Amerika is gedaan, en f) aan welke constitutionele en institutionele voorwaarden zo’n Constitutie moet voldoen om te voorkomen dat de beoogde federalisering door grondwettelijke constructiefouten faalt. Nu volgt in de Papers 21-24 een ontwerp van zo’n federale Constitutie voor Europa. Dit ontwerp is gebaseerd op de Amerikaanse Constitutie van 1789, versterkt met elementen uit de Zwitserse Grondwet, en aangepast aan inzichten van het huidige Europa. Paper 21 is gewijd aan de Preambule en aan Artikel 1 van het ontwerp van de Constitutie.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 22 – Klinkers & Tombeur, maart 2013

In nr. 22 behandelen Klinkers en Tombeur de Wetgevende Macht van de Europese Federatie. Die heeft in hun visie de inhoud en structuur van Artikel I van de Amerikaanse Grondwet, maar aangepast met eigen inzichten. Die eigen inzichten liggen met name op het vlak van de verkiezing van de leden van het Huis dat het volk vertegenwoordigt en de benoeming van de leden van het andere Huis, de Senaat, die de Staten vertegenwoordigt. Het Amerikaanse Artikel I is een tamelijk lang Artikel met niet minder dan tien Afdelingen, elk weer onderverdeeld in diverse leden. Ter verbetering van die structuur splitsen Klinkers en Tombeur het Amerikaanse Artikel I met zijn tien Afdelingen in twee Artikelen II en III. Zij geven bij de onderdelen van deze twee Artikelen inzake de Wetgevende Macht algemene en artikelsgewijze toelichtingen.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 23 – Klinkers & Tombeur, april 2013

Paper nr. 23 is in zijn geheel gewijd aan de grondwetsartikelen IV en V over de Uitvoerende Macht. Het gaat hier om de taak en bevoegdheden van de President, zijn regering en haar administratie. Klinkers en Tombeur wijken af van enkele clausules die de Amerikaanse Grondwet kent. Het betreft hier met name de verkiezing van de President. Daarnaast doen ze een verrassend voorstel voor de manier waarop de Ministerraad van de Federatie Europa zou kunnen worden samengesteld. Ook nemen zij enkele essentiële aspecten van de directe democratie in Zwitserland mee.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 24 – Klinkers & Tombeur, april 2012

Nr. 24 behandelt de Artikelen VI-X van het ontwerp van een federale Constitutie. Na een bespreking van het derde onderdeel van de trias politica, de Rechtsprekende Macht, worden de relaties tussen de Burgers, de Federatie en de Staten behandeld, de methoden van wijziging van de Constitutie, de overgangsmaatregelen en de wijze van ratificatie. Hiermee eindigt het ontwerp van de Constitutie voor de Federatie Europa.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013

 

Nr. 25 – Klinkers & Tombeur, mei 2013

In de Papers 1-20 is uitgelegd a) waarom het intergouvernementele EU-systeem het doel van samenwerking voor het Europese belang vernietigt, b) waarom een federaal systeem voor Europa de voorkeur heeft en dat Europa om die reden moet gaan federaliseren, c) dat federalisering door aanpassing van de bestaande EU-verdragen tot nu toe nooit is gelukt en waarom dat ook nooit zal lukken, d) dat Europese Burgers daarom zelf een eigen federale Constitutie moeten ontwerpen zoals dat aan het einde van de 18e eeuw ook in Amerika is gedaan, en e) aan welke constitutionele en institutionele voorwaarden zo'n Constitutie moet voldoen, om te voorkomen dat de beoogde federatie faalt, zoals gebeurd is met andere federaties. De Papers 21-24 bevatten een ontwerp van zo'n federale Constitutie voor Europa; gebaseerd op de Amerikaanse Grondwet, versterkt met elementen uit de Zwitserse Grondwet, en aangepast aan het huidige Europa. Nu volgt een laatste Paper met de belangrijkste kenmerken van federalisme als systeem en van de beoogde Europese Federatie: wat ze is, wat ze niet is, waarom ze er nog steeds niet is en waarom ze er dringend moet komen. Voorts wijzen we op de noodzaak voor alle federalisten om zich gezamenlijk op te maken voor een Citizens Convention on European Constitution vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement eind mei 2014.

European Federalist Papers © Leo Klinkers & Herbert Tombeur, 2012-2013